Belgische woningprijzen stijgen met 2,1% op jaarbasis
De Belgische woningprijzen lagen in het tweede kwartaal van 2026 gemiddeld 2,1% hoger dan in hetzelfde kwartaal van 2025. Daarmee nam de jaarlijkse prijsstijging licht toe tegenover de 1,9% in het eerste kwartaal. Dat blijkt uit de vastgoedprijsindex van Statbel.
Jaarlijkse prijsstijging neemt licht toe
De jaarlijkse inflatie van de huizenprijzen steeg van 1,9% in het eerste kwartaal naar 2,1% in het tweede kwartaal van 2026. Dit cijfer vergelijkt de woningprijzen met die van hetzelfde kwartaal een jaar eerder.
De gemiddelde jaarlijkse prijsinflatie over de vier laatste kwartalen bedroeg 2,8%.
Beperkte stijging tegenover het vorige kwartaal
In vergelijking met het eerste kwartaal van 2026 steeg de vastgoedprijsindex met 0,1%. De prijsontwikkeling van kwartaal tot kwartaal was dus beperkt.
Het indexcijfer nam toe van 100,65 punten naar 100,78 punten. Statbel gebruikt daarbij 2025 als basisjaar, met een referentiewaarde van 100.
| Indicator | Eerste kwartaal 2026 | Tweede kwartaal 2026 |
|---|---|---|
| Jaarlijkse inflatie van de woningprijzen | 1,9% | 2,1% |
| Vastgoedprijsindex (2025 = 100) | 100,65 punten | 100,78 punten |
Wat meet de vastgoedprijsindex?
Statbel, het Belgische statistiekbureau, berekent elk kwartaal de vastgoedprijsindex volgens de Europese regelgeving. De index volgt de ontwikkeling van de woningprijzen.
Het indexcijfer is geen verkoopprijs in euro en geeft ook niet aan hoeveel een specifieke woning waard is. Het laat zien hoe de prijzen zich ontwikkelen tegenover het basisjaar en eerdere kwartalen.
Hoe wordt de ontwikkeling van woningprijzen gemeten?
De huizenprijsindex volgt de prijsontwikkeling van woningen en wordt in de lidstaten van de Europese Unie volgens een geharmoniseerde methode berekend. Daardoor kunnen de evoluties op verschillende Europese woningmarkten met elkaar worden vergeleken.
De index omvat zowel nieuwe als bestaande woningen die door huishoudens worden gekocht. Het maakt daarbij niet uit of de koper de woning zelf wil bewonen of wil verhuren.
Prijsveranderingen bij vergelijkbare woningen
De huizenprijsindex meet de prijsontwikkeling alsof de kenmerken van de verkochte woningen gelijk blijven. Zo wordt vermeden dat verschillen in bijvoorbeeld de grootte of kwaliteit van de verkochte panden het beeld van de prijsontwikkeling vertekenen.
Daarvoor wordt een hedonisch model gebruikt: een statistische methode die rekening houdt met woningkenmerken om de zuivere prijsverandering te bepalen.
Waarom de index verschilt van de gemiddelde verkoopprijs
Een hogere gemiddelde verkoopprijs betekent niet automatisch dat de huizenprijsindex stijgt. Wanneer in een kwartaal bijvoorbeeld meer grote woningen worden verkocht, kan de gemiddelde verkoopprijs toenemen zonder dat vergelijkbare woningen duurder zijn geworden.
De huizenprijsindex volgt dus de prijsontwikkeling van vergelijkbare woningen, terwijl de gemiddelde verkoopprijs ook wordt beïnvloed door het soort woningen dat wordt verkocht.
Transactiegegevens vormen de basis
De berekening steunt op vastgoedtransactiegegevens van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie van de FOD Financiën.
De cijfers voor de recentste kwartalen zijn voorlopig. Wanneer aanvullende gegevens beschikbaar komen, kunnen de resultaten in het volgende kwartaal worden herzien.
Nieuwe en bestaande woningen evolueren verschillend
De algemene huizenprijsindex bestaat uit twee categorieën: nieuwe woningen en bestaande woningen. In het tweede kwartaal van 2026 vertoonden deze categorieën een verschillende prijsontwikkeling op jaarbasis.
| Categorie | Prijsontwikkeling tegenover een jaar eerder | Gewicht in de index voor 2026 |
|---|---|---|
| Nieuwe woningen | Daling van 3,2% | 26,5% |
| Bestaande woningen | Stijging van 3,9% | 73,5% |
Bestaande woningen wegen in 2026 zwaarder door in de algemene index dan nieuwe woningen. Die percentages zijn de wegingsfactoren voor de berekening van de index, geen aandelen in het aantal verkochte woningen.
Prijzen van bestaande woningen stijgen in alle gewesten
In het tweede kwartaal van 2026 lagen de prijzen van bestaande woningen in alle drie de Belgische gewesten hoger dan een jaar eerder. Vlaanderen kende met 4,4% de grootste stijging. In Brussel en Wallonië bedroeg de jaarlijkse prijsstijging telkens 3,0%.
- Vlaanderen: stijging van 4,4%.
- Brussels Hoofdstedelijk Gewest: stijging van 3,0%.
- Wallonië: stijging van 3,0%.
Statbel publiceert sinds 2010 afzonderlijke huizenprijsindexen voor bestaande woningen per gewest. Deze cijfers maken het mogelijk om de regionale prijsontwikkeling te vergelijken.
Woningprijzen in België en de buurlanden: vergelijking voor begin 2026
In het eerste kwartaal van 2026 stegen de Belgische woningprijzen met 1,9% tegenover een jaar eerder. Nederland kende een sterkere stijging, terwijl de prijsontwikkeling in Duitsland en Frankrijk beperkter bleef.
Bij de publicatie van het Statbel-bericht op 25 september 2026 waren de Europese cijfers voor het tweede kwartaal nog niet beschikbaar. Daarom gebruikt deze vergelijking de gegevens van het eerste kwartaal van 2026.
| Land of regio | Jaarlijkse prijsstijging vierde kwartaal 2025 | Jaarlijkse prijsstijging eerste kwartaal 2026 |
|---|---|---|
| België | 3,5% | 1,9% |
| Nederland | 6,2% | 5,2% |
| Frankrijk | 0,9% | 0,1% |
| Duitsland | 2,6% | 1,4% |
| Eurozone | 5,0% | 4,6% |
In alle vermelde landen vertraagde de jaarlijkse woningprijsstijging tegenover het voorgaande kwartaal. De prijzen lagen nog steeds hoger dan een jaar eerder, maar de stijging werd kleiner.
Nederland kende met 5,2% de sterkste jaarlijkse prijsstijging van de genoemde landen. België bleef met 1,9% onder het cijfer voor de eurozone, dat 4,6% bedroeg. In Frankrijk was de stijging met 0,1% zeer beperkt.
